Op je factuur 6 % of 21 % btw aanrekenen? Voor Belgische aannemers is dat geen detail: het verschil bedraagt 15 procentpunten op elke euro werk. Reken je per ongeluk 6 % aan waar 21 % moest, dan kan de FOD Financiën jou jaren later het verschil naheffen, met intresten en boetes erbovenop. In deze gids overlopen we wanneer je 6 % mag toepassen op renovatie, wanneer het 21 % moet zijn, hoe het systeem van btw-medecontractant (verlegging van heffing) werkt, en welke wettelijke vermelding sinds 2023 verplicht op je factuur staat.
Sinds 2022 heb je als aannemer geen ondertekend attest van de klant meer nodig om 6 % toe te passen op een woning ouder dan tien jaar. Een correcte vermelding op de factuur volstaat. Maar opgelet: de verantwoordelijkheid voor het juiste tarief is daarmee niet helemaal van je schouders. Lees vooral het deel over de factuurvermelding verder in dit artikel.
⚡ Wat je gaat leren in dit artikel
- Het verschil tussen het standaardtarief van 21 % en het verlaagd tarief van 6 % in de bouw
- De drie voorwaarden om 6 % te mogen aanrekenen op renovatiewerken
- Waarom de leeftijd van de woning (de tienjaarregel) doorslaggevend is, en het verschil tussen 10-15 jaar en ouder dan 15 jaar
- Wanneer je geen btw aanrekent maar verlegt naar de medecontractant, en welke klanten daaronder vallen
- De exacte wettelijke vermelding die sinds 1 januari 2023 op je factuur moet staan
- De zes fouten die aannemers het vaakst maken, en hoe je een naheffing van de FOD Financiën vermijdt
21 % is de regel, 6 % is de uitzondering
In de Belgische bouwsector is het standaard btw-tarief 21 %. Dat is je vertrekpunt voor zo goed als alles: nieuwbouw, werken aan een tuin, een oprit, een zwembad, en alle werken aan gebouwen die niet aan de uitzonderingsvoorwaarden voldoen. Het verlaagd tarief van 6 % is dus een gunstregime: je mag het enkel toepassen als je aantoonbaar aan elke voorwaarde voldoet.
Die logica is belangrijk om te onthouden, want ze bepaalt op wie het risico rust. Pas je in twijfelgevallen 21 % toe, dan zit je altijd veilig: de fiscus zal je nooit verwijten dat je te veel btw hebt aangerekend. Pas je 6 % toe terwijl een voorwaarde niet vervuld was, dan kan de administratie het verschil van 15 % opeisen. Bij een renovatie van 40.000 euro werk gaat het dan over 6.000 euro extra btw, plus nalatigheidsintresten en mogelijk een boete.
Welke tarieven bestaan er voor de bouw in België?
| Tarief | Situatie | Typisch voorbeeld |
|---|---|---|
| 21 % | Nieuwbouw, en alle werken die niet onder een verlaagd tarief vallen | Optrekken van een nieuwe woning, aanleg van een terras of oprit |
| 6 % | Renovatie, verbouwing, herstelling en onderhoud van een privéwoning ouder dan 10 jaar | Pleisterwerk, schilderwerk, nieuwe badkamer in een huis uit 2005 |
| 6 % | Sloop en heropbouw onder de permanente regeling (sinds 2024, voor de eigen enige woning) | Een vervallen woning afbreken en op hetzelfde perceel een nieuwe gezinswoning bouwen |
| 0 % (verlegd) | Werken in onroerende staat voor een btw-plichtige klant die periodieke aangiften indient | Onderaanneming voor een collega-aannemer of werken voor een vennootschap |
Sinds 1 januari 2026 geldt opnieuw 6 % btw voor de levering met plaatsing van warmtepompen, zonnepanelen en zonneboilers, ook bij woningen jonger dan tien jaar en bij nieuwbouw. Dat is een aparte maatregel naast het klassieke renovatieregime. Werk je veel met installatietechnieken, controleer dan altijd de meest recente regeling, want deze tarieven worden geregeld bijgestuurd.
Wanneer mag je 6 % btw aanrekenen op renovatie?
Voor gewone renovatie-, verbouwings- en herstellingswerken aan een woning mag je het verlaagd tarief van 6 % toepassen als drie voorwaarden tegelijk vervuld zijn. Ontbreekt er één, dan val je terug op 21 % (of op de verlegging als de klant btw-plichtig is, zie verder).
Voorwaarde 1: de woning is minstens tien jaar oud
De woning moet minstens tien jaar in gebruik zijn. Het startpunt is het jaar van eerste ingebruikname, dus de eerste bewoning, niet het jaar van de bouwvergunning of van de aankoop. Een woning die voor het eerst bewoond werd in 2014, voldoet vanaf 2024 aan de tienjaarvoorwaarde. Vraag je klant dus altijd naar het jaar van eerste ingebruikname en niet enkel naar de bouwdatum.
Binnen die tienjaargrens bestaan er nog twee situaties. Voor woningen tussen tien en vijftien jaar oud geldt een bijkomende beperking: het 6 %-tarief mag niet toegepast worden op materialen die een beduidend deel van de geleverde dienst vertegenwoordigen, zoals bepaalde verwarmingsketels in gemeenschappelijke installaties of liftonderdelen. Voor woningen ouder dan vijftien jaar valt die extra beperking weg en is de toepassing eenvoudiger.
Voorwaarde 2: de woning wordt hoofdzakelijk privé gebruikt
Na de werken moet de woning hoofdzakelijk, dus voor meer dan 50 %, als privéwoning gebruikt worden. Gemengd gebruik mag: een dokter met een praktijkruimte of een zelfstandige met een kantoor aan huis kan nog steeds van 6 % genieten, zolang het privégedeelte overweegt. Wordt het pand voor meer dan de helft beroepsmatig gebruikt, dan vervalt het verlaagd tarief voor dat deel.
Voorwaarde 3: lever én plaats je de materialen zelf
Het 6 %-tarief geldt voor werken in onroerende staat, dat wil zeggen dat dezelfde aannemer zowel de materialen levert als plaatst. Lever je enkel materiaal zonder plaatsing, dan blijft dat 21 %. Dat verklaart waarom een klant die zelf gips, verf of tegels koopt in de bouwmarkt daarop 21 % betaalt, terwijl jij op je volledige prestatie (materiaal inbegrepen) 6 % mag aanrekenen wanneer je het ter plaatse verwerkt.
Een gyprocplaatser werkt in een rijwoning uit 2008 die de eigenaar als gezinswoning bewoont. Hij plaatst voorzetwanden en een verlaagd plafond, materiaal en plaatsing samen, voor 7.500 euro. De drie voorwaarden zijn vervuld: woning ouder dan tien jaar, privégebruik, levering met plaatsing. Hij factureert 7.500 euro + 6 % btw = 7.950 euro. Had hij per vergissing 21 % aangerekend, dan betaalde de klant 9.075 euro, een verschil van 1.125 euro op één werf.
6 % of 21 %: het verschil tussen renovatie en nieuwbouw
De grens tussen renovatie (6 %) en nieuwbouw (21 %) is niet altijd vanzelfsprekend, en net daar gaat het vaak mis. Een uitbreiding van een bestaande woning kan, afhankelijk van de omvang, fiscaal als nieuwbouw beschouwd worden. De vuistregel die de administratie hanteert: blijft de bestaande structuur (de dragende muren, de fundamenten) wezenlijk behouden en steunt de uitbreiding er op een betekenisvolle manier op, dan kan 6 % gelden. Wordt de oude woning in feite vervangen door iets nieuws, dan is het 21 % of, voor de eigen enige woning, het aparte regime van sloop en heropbouw.
Ook werken “rond” de woning vallen meestal niet onder 6 %. Het aanleggen van een tuin, een oprit, tuinpaden, een afsluiting of een zwembad dat geen deel uitmaakt van de woning zelf, blijft 21 %. De redenering is telkens dezelfde: alleen werken die rechtstreeks en in hoofdzaak betrekking hebben op de eigenlijke woning komen voor het verlaagd tarief in aanmerking.
| Werk | Tarief | Waarom |
|---|---|---|
| Badkamer vernieuwen in woning uit 2009 | 6 % | Renovatie, woning > 10 jaar, privégebruik |
| Nieuwbouwwoning afwerken | 21 % | Nieuwbouw, geen verlaagd tarief |
| Oprit in klinkers aanleggen | 21 % | Werk buiten de woning zelf |
| Dak isoleren van een huis uit 1995 | 6 % | Renovatie, woning ruim > 15 jaar |
| Tuinmuur en terras aanleggen | 21 % | Geen rechtstreeks werk aan de woning |
| Volledige sloop + heropbouw eigen enige woning | 6 % | Permanente regeling sloop en heropbouw (mits voorwaarden) |
Wat is btw-medecontractant en wanneer pas je het toe?
Naast 6 % en 21 % bestaat er nog een derde situatie die elke aannemer goed moet kennen: de verlegging van heffing, in de praktijk “btw-medecontractant” genoemd. Wanneer je werken in onroerende staat uitvoert voor een klant die zelf btw-plichtig is en periodieke btw-aangiften indient, reken je geen btw aan. Je factureert het werk “exclusief btw” en de klant geeft de verschuldigde btw zelf aan in zijn aangifte, waar hij ze meteen ook weer in aftrek brengt. Voor de klant is dat een nuloperatie, en voor jou betekent het dat je geen btw moet voorschieten en doorstorten.
Het systeem geldt tussen twee btw-plichtigen voor werken aan onroerende goederen. Het maakt niet uit of de klant zelf aannemer is: ook een vennootschap, een winkel of een vrij beroep met periodieke btw-aangiften valt eronder. Werk je daarentegen voor een particulier die het pand uitsluitend privé gebruikt, dan pas je gewoon 6 % of 21 % toe. Werk je voor een kleine onderneming met btw-vrijstelling die geen periodieke aangiften indient, dan geldt de verlegging niet en reken je wel btw aan.
Het btw-tarief en de verlegging zijn twee verschillende vragen. Bij een renovatie voor een btw-plichtige vennootschap reken je 0 % aan (verlegd), maar het is wel het renovatiekarakter dat bepaalt dat de onderliggende prestatie aan 6 % “hoort” te zijn. De verleggingsregel verandert dus niets aan het feit dat het om renovatie gaat: hij verschuift alleen wie de btw afdraagt.
Voor het bepalen van het juiste btw-regime ben je als aannemer in beginsel verantwoordelijk. Net daarom heeft Synobat de logica ingebouwd in zijn offerte- en factuurprogramma: op basis van het klantprofiel (privépersoon, btw-plichtige onderneming of aanbestedende overheid) en de aard van de werken stelt het systeem automatisch het juiste tarief voor en voegt het de correcte wettelijke vermelding toe. Wie wil testen hoe dat in de praktijk werkt, kan gratis een account aanmaken en meteen een eerste offerte opstellen. Meer achtergrond over het verzenden van die facturen via het Belgische netwerk lees je op de pagina elektronische facturatie via Mercurius en Peppol.
Welke vermelding moet sinds 2023 op je factuur staan?
Sinds 1 januari 2023 is de oude, korte vermelding “btw verlegd” niet langer voldoende. Wie als medecontractant factureert, moet voortaan de volgende standaardtekst op de factuur opnemen:
“Verlegging van heffing. Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand na ontvangst van de factuur, wordt de afnemer geacht te erkennen dat hij een belastingplichtige is gehouden tot de indiening van periodieke aangiften. Als die voorwaarde niet vervuld is, is de afnemer ten aanzien van die voorwaarde aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten.”
Het grote voordeel van die nieuwe formulering is dat ze het risico verschuift. Voeg je de vermelding correct toe, dan mag je je klant geloven wanneer hij stelt periodieke btw-aangiften in te dienen. Blijkt dat achteraf niet te kloppen en betwist hij de factuur niet binnen de maand, dan is de klant zelf aansprakelijk voor de verschuldigde btw, intresten en boetes. Voor jou als aannemer is dat een belangrijke bescherming.
Ook voor het 6 %-tarief geldt sinds 2022 een gelijkaardige logica. Het ondertekend attest van de bouwheer is afgeschaft. In plaats daarvan vermeld je op de factuur dat aan de voorwaarden voor het verlaagd tarief is voldaan (ouderdom, privégebruik, aard van de werken). Reageert de klant niet binnen de maand met een schriftelijke betwisting, dan wordt hij geacht de juistheid te bevestigen.
Een elektricien voert een renovatie uit van de elektrische installatie in een appartement van een btw-plichtige vennootschap die periodieke aangiften indient. Hij maakt een factuur op van 4.200 euro exclusief btw, zonder btw aan te rekenen, en voegt de volledige verleggingsvermelding toe. De vennootschap geeft de btw aan in vak 56 en trekt ze tegelijk af in vak 59 van haar aangifte: een nuloperatie. Had hij dezelfde werken voor een privépersoon in een woning ouder dan tien jaar uitgevoerd, dan had hij 4.200 euro + 6 % = 4.452 euro gefactureerd.
Veelgemaakte fouten met btw-tarieven in de bouw
De praktijk leert dat bijna alle naheffingen terug te brengen zijn tot een handvol klassiekers. Wie ze kent, vermijdt ze.
Fout 1: de bouwdatum verwarren met de eerste ingebruikname
De tienjaartermijn telt vanaf de eerste bewoning, niet vanaf de vergunning of de aankoop. Noteer altijd het jaar van eerste ingebruikname in je dossier.
Fout 2: 6 % toepassen op werken rond de woning
Opritten, tuinaanleg, zwembaden en afsluitingen blijven 21 %, ook al staat het huis er al twintig jaar. Splits in je offerte het werk aan de woning af van het werk in de tuin.
Fout 3: de verlegging vergeten bij een btw-plichtige klant
Reken je toch btw aan een btw-plichtige klant die periodieke aangiften indient, dan kan de fiscus die btw als “ten onrechte aangerekend” beschouwen en de aftrek bij de klant weigeren. Controleer het klantprofiel vóór je factureert.
Fout 4: enkel materiaal leveren en toch 6 % aanrekenen
Zonder plaatsing is er geen werk in onroerende staat. Lever je los materiaal, dan is dat 21 %.
Fout 5: de oude vermelding “btw verlegd” blijven gebruiken
Sinds 2023 is de uitgebreide standaardtekst verplicht. Een verouderde of onvolledige vermelding ontneemt je de bescherming tegen naheffing.
Fout 6: geen bewijsstukken bewaren
Bewaar plannen, foto’s, en alle elementen over ouderdom, oppervlakte en gebruik. Bij een controle moet je het toegepaste tarief kunnen verantwoorden.
De FOD Financiën kan in principe tot drie jaar teruggaan voor een gewone correctie, en tot zeven jaar bij vermoeden van fraude. Een systematische fout in het tarief weegt dus al snel zwaar door. Een tegelzetter die drie jaar lang ten onrechte 21 % aanrekende waar 6 % kon, of omgekeerd, riskeert een correctie over tientallen facturen tegelijk.
Hoe vermijd je naheffingen van de FOD Financiën?
Drie reflexen beschermen je tegen onaangename verrassingen. Ten eerste: bepaal het tarief altijd vóór de offerte, niet pas bij de factuur. Het tarief beslist immers mee over je prijs, en achteraf 15 % bijvragen aan een klant ligt zelden goed. Ten tweede: leg het klantprofiel correct vast (privé, btw-plichtig, overheid) en bewaar het in je klantenfiche. Ten derde: gebruik software die de wettelijke vermeldingen automatisch en up-to-date toevoegt, zodat je nooit met een verouderde tekst werkt.
Wie nog met Excel of Word werkt, draagt dat risico volledig zelf: handmatig nummeren, handmatig het tarief kiezen, handmatig de juiste vermelding overtypen. Eén kopieerfout en de bescherming valt weg. Een vakspecifiek factuurprogramma voor de bouw dat het tarief koppelt aan het klantprofiel en de werfaard, neemt dat menselijke risico weg.
Sloop en heropbouw aan 6 %: wanneer kan dat?
Naast de klassieke renovatie bestaat er sinds 1 januari 2024 een permanente regeling voor sloop en heropbouw aan 6 % btw. Wie een bestaande woning volledig afbreekt en op hetzelfde perceel een nieuwe woning bouwt, kan onder voorwaarden van het verlaagd tarief genieten in plaats van de 21 % die voor gewone nieuwbouw geldt. Voor een aannemer is dat een aanzienlijk verschil: op een nieuwbouwvolume van 250.000 euro scheelt het tarief tot 37.500 euro btw.
De permanente regeling is in de eerste plaats bedoeld voor natuurlijke personen die de heropgebouwde woning gebruiken als hun enige en eigen woning, er hun domicilie vestigen en zich aan een beperking op de bewoonbare oppervlakte houden. Daarnaast bestaat een apart spoor voor woningen die langdurig verhuurd worden in het kader van het sociaal huurbeleid. Omdat de precieze voorwaarden (de oppervlaktegrens, de domicilieduur en de verklaring vooraf) geregeld worden bijgestuurd, controleer je ze als aannemer altijd op het moment van de offerte.
Sloop en heropbouw aan 6 % is iets anders dan een uitbreiding van een bestaande woning. Behoud je de dragende structuur en bouw je eraan verder, dan zit je in het renovatieregime. Breek je alles af en herbouw je, dan val je onder de sloop-en-heropbouwregeling met haar eigen voorwaarden. De klant moet bovendien zelf een verklaring indienen bij de FOD Financiën vóór de werken starten. Begin nooit aan zo’n werf met 6 % op de factuur zonder dat die verklaring in orde is.
6 % btw op zonnepanelen, warmtepompen en zonneboilers sinds 2026
Sinds 1 januari 2026 geldt opnieuw een verlaagd tarief van 6 % voor de levering met plaatsing van zonnepanelen, warmtepompen en zonneboilers, en dit ook voor woningen jonger dan tien jaar en voor nieuwbouw. Voor woningen ouder dan tien jaar viel die installatie sowieso al onder het renovatieregime aan 6 %. De maatregel breidt het verlaagd tarief dus uit naar recentere woningen, voor een afgebakende periode van enkele jaren.
Voor installateurs betekent dit dat je het tarief voor deze specifieke technieken niet langer uitsluitend op de leeftijd van de woning hoeft te baseren. Belangrijk blijft wel dat het gaat om de levering mét plaatsing in, op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning. Lever je enkel het materiaal zonder plaatsing, dan blijft 21 % van toepassing. Net omdat dit soort tijdelijke maatregelen geregeld wijzigt, beheer je je tarieven het best centraal in je facturatiesysteem in plaats van ze per offerte uit het hoofd in te geven.
Btw bij gemengd gebruik: kantoor of praktijk aan huis
Veel zelfstandigen wonen en werken op hetzelfde adres. De vraag is dan of 6 % op de hele renovatie geldt, of dat je moet opsplitsen. De regel is dat de woning na de werken hoofdzakelijk, dus voor meer dan 50 %, privé gebruikt moet worden. Is dat het geval, dan mag je 6 % toepassen op de werken aan het woongedeelte. Werken die uitsluitend het beroepsgedeelte betreffen, bijvoorbeeld de inrichting van een aparte praktijkruimte met eigen ingang, vallen op 21 %.
In de praktijk splits je je offerte dan op in een woongedeelte (6 %) en een beroepsgedeelte (21 %), met een logische, verdedigbare verdeling op basis van oppervlakte of aard van de werken. Een huisarts die zijn woning renoveert en daarbij een wachtkamer en kabinet inricht, factureert het privégedeelte aan 6 % en de specifiek beroepsmatige inrichting aan 21 %.
Een schilder werkt in de woning van een kinesist: 80 % van de oppervlakte is woonruimte, 20 % is praktijk met aparte toegang. De woning is achttien jaar oud en wordt hoofdzakelijk privé bewoond. De schilder factureert het schilderwerk in de woonruimte (begroot op 4.000 euro) aan 6 % en het schilderwerk in de praktijkruimte (1.000 euro) aan 21 %. Zo blijft de factuur correct en controleerbaar bij een nazicht.
Werken voor een openbare opdrachtgever: altijd verlegging en Mercurius
Werk je voor een gemeente, een OCMW, een school of een ander openbaar bestuur, dan gelden bijzondere regels. Wanneer de overheid een btw-nummer heeft en periodieke aangiften indient, pas je de verlegging van heffing toe, ook al gebruikt de instelling de werken voor een activiteit die niet aan btw onderworpen is. De overheid staat dan zelf in voor de afdracht via haar aangifte.
Daarnaast verloopt de facturatie aan de overheid in België via Mercurius, het officiële platform voor elektronische facturen aan publieke instellingen. Je factuur moet in het gestructureerde formaat (Peppol BIS Billing 3.0) verstuurd worden; een papieren of pdf-factuur volstaat niet. Meer uitleg over die verplichting en hoe je er nu al aan voldoet, vind je op de pagina over elektronische facturatie via Mercurius en Peppol.
Hoe controleer je of je klant periodieke btw-aangiften indient?
De verlegging hangt af van één cruciale vraag: dient je klant periodieke (maand- of kwartaal-) btw-aangiften in? Niet elke onderneming met een btw-nummer doet dat. Een kleine onderneming onder de vrijstellingsregeling, met een omzet onder de wettelijke drempel, heeft wel een nummer maar dient geen periodieke aangiften in. Voor zo’n klant pas je de verlegging niet toe en reken je gewoon 6 % of 21 % aan.
In de praktijk vraag je dit bij de start van de samenwerking en leg je het vast in de klantenfiche. Dankzij de factuurvermelding sinds 2023 ben je beschermd als de klant nalaat je correct te informeren: betwist hij de factuur niet binnen de maand, dan wordt hij zelf aansprakelijk. Toch blijft het netter om het profiel vooraf te kennen, zodat je niet achteraf moet crediteren en herfactureren.
Wat kost een verkeerd btw-tarief? Een rekenvoorbeeld over een jaar
Het verschil tussen 6 % en 21 % lijkt abstract tot je het op een jaaromzet projecteert. Stel dat een aannemer voor 120.000 euro per jaar aan renovatiewerken uitvoert die in aanmerking komen voor 6 %. Het verschil in aangerekende btw tussen beide tarieven loopt dan op tot 18.000 euro op jaarbasis. Dat bedrag bepaalt of jouw offerte concurrentieel oogt voor de klant, en of jij bij een controle een naheffing riskeert.
| Jaaromzet renovatie (excl. btw) | Btw aan 6 % | Btw aan 21 % | Verschil |
|---|---|---|---|
| 40.000 € | 2.400 € | 8.400 € | 6.000 € |
| 120.000 € | 7.200 € | 25.200 € | 18.000 € |
| 250.000 € | 15.000 € | 52.500 € | 37.500 € |
De boodschap is dubbel. Reken je te vaak 21 % aan waar 6 % kon, dan ben je nodeloos duur voor je klanten en verlies je werven aan concurrenten die het wel correct doen. Reken je te vaak 6 % aan waar 21 % moest, dan bouw je een latente schuld op die de fiscus jaren later kan opvragen. Beide fouten kosten geld; alleen het juiste tarief kost niets.
Veelgestelde vragen over btw in de bouw
Geldt 6 % btw ook op de materialen die ik plaats?
Ja. Zodra je levert én plaatst, vormt het geheel één werk in onroerende staat aan 6 %, mits de woning aan de voorwaarden voldoet. Koopt de klant zelf het materiaal in de bouwmarkt, dan betaalt hij daarop 21 %.
Moet ik nog een attest laten ondertekenen door de klant?
Nee, sinds 2022 niet meer voor het 6 %-tarief. Een correcte vermelding op de factuur volstaat. De klant heeft een maand om te betwisten; doet hij dat niet, dan bevestigt hij impliciet dat de voorwaarden vervuld zijn.
Mijn klant is een vennootschap die het pand verhuurt. Welk tarief?
Is de vennootschap btw-plichtig met periodieke aangiften, dan pas je de verlegging toe (0 %, met de wettelijke vermelding). Het onderliggende werk wordt fiscaal nog steeds als renovatie of nieuwbouw beoordeeld, maar jij rekent geen btw aan.
Wat met een appartement in een gebouw met gemeenschappelijke delen?
Voor de privatieve delen geldt dezelfde logica van ouderdom en gebruik. Voor woningen tussen tien en vijftien jaar gelden wel bijkomende beperkingen op bepaalde materialen, zoals onderdelen van liftinstallaties of gemeenschappelijke verwarmingsketels.
Geldt 6 % voor een nieuwe veranda of uitbreiding?
Dat hangt af van de omvang. Steunt de uitbreiding wezenlijk op de bestaande, behouden structuur, dan kan 6 % gelden. Vervang je de woning in feite door iets nieuws, dan is het 21 % of het sloop-en-heropbouwregime.
Wie is aansprakelijk als het tarief achteraf fout blijkt?
Voor het bepalen van het tarief ben je in beginsel als aannemer verantwoordelijk. Door de factuurvermeldingen sinds 2022 en 2023 verschuift een deel van dat risico naar de klant, op voorwaarde dat je de juiste, volledige vermelding gebruikt en de klant niet tijdig betwist.
Btw bij onderaanneming: wie rekent wat aan?
Werk je als onderaannemer voor een hoofdaannemer, dan pas je vrijwel altijd de verlegging van heffing toe. De hoofdaannemer is immers een btw-plichtige met periodieke aangiften, dus jij factureert zonder btw, met de medecontractantvermelding, en de hoofdaannemer geeft de btw aan en trekt ze af. Pas op het einde van de keten, wanneer de hoofdaannemer aan de eindklant (de bouwheer) factureert, wordt het “echte” tarief aangerekend: 6 % bij renovatie van een woning ouder dan tien jaar, of 21 % bij nieuwbouw.
Voor een onderaannemer betekent dit dat je je nauwelijks zorgen hoeft te maken over de vraag 6 % versus 21 %: zolang je voor een btw-plichtige hoofdaannemer werkt, verleg je gewoon. De vraag of het werk uiteindelijk aan 6 % of 21 % toekomt, is een zorg voor wie aan de eindklant factureert. Toch documenteer je je werf het best volledig, want de hoofdaannemer kan je gegevens nodig hebben om zijn eigen tarief te verantwoorden bij een controle.
Een schrijnwerker plaatst maatkasten als onderaannemer voor een hoofdaannemer die een woning uit 1990 renoveert. De schrijnwerker factureert 9.000 euro exclusief btw met de verleggingsvermelding (0 %). De hoofdaannemer rekent op zijn beurt aan de bouwheer 6 % aan op het volledige renovatieproject, omdat de woning ruim ouder is dan tien jaar.
Waarom blijven tuinwerken, oprit en zwembad op 21 %?
Een vraag die vaak terugkomt: de woning is ouder dan tien jaar, dus waarom geldt 6 % niet voor de hele werf? Het antwoord ligt in de aard van het werk. Het verlaagd tarief is voorbehouden voor werken die rechtstreeks en in hoofdzaak betrekking hebben op de woning zelf. Werken in de tuin, het aanleggen van een oprit of tuinpaden, het plaatsen van een afsluiting of een zwembad dat geen onderdeel van de woning vormt, vallen daar niet onder en blijven dus 21 %.
In de praktijk splits je een gemengde offerte het best op: het werk aan de woning aan 6 %, het buitenwerk aan 21 %. Zo blijft elke lijn verdedigbaar. Vermijd de verleiding om alles onder één post aan 6 % te zetten: dat is precies het soort fout dat bij een controle wordt rechtgezet, met een naheffing op het deel dat aan 21 % hoorde, vermeerderd met intresten.
Geldt 6 % ook op afbraakwerken binnen een renovatie?
Afbraakwerken die deel uitmaken van een renovatie van een woning ouder dan tien jaar, bijvoorbeeld een muur uitbreken om twee kamers samen te voegen, volgen het tarief van de renovatie, dus 6 %. Een volledige sloop met heropbouw is een ander regime, zoals hierboven beschreven.
Wat als de woning tijdens de werf net tien jaar oud wordt?
Bepalend is dat de woning op het ogenblik van de werken minstens tien jaar in gebruik is. Wordt de woning pas tijdens de werf tien jaar, kijk dan goed naar de timing en, bij twijfel, naar het moment waarop de btw opeisbaar wordt. Bij onzekerheid is het veiliger het hogere tarief toe te passen of advies in te winnen.
📋 Samenvattende checklist
- Standaard is 21 %. 6 % is een gunstregime dat je moet kunnen verantwoorden.
- 6 % vereist: woning > 10 jaar, hoofdzakelijk privégebruik, levering én plaatsing door dezelfde aannemer.
- Tel de tienjaartermijn vanaf de eerste ingebruikname, niet de bouwdatum.
- Tuin, oprit, zwembad en afsluiting blijven 21 %.
- Btw-plichtige klant met periodieke aangiften = verlegging (0 %), geen btw aanrekenen.
- Gebruik sinds 2023 de volledige verleggingsvermelding, niet meer enkel “btw verlegd”.
- Bepaal het tarief al in de offerte en bewaar je bewijsstukken.
Conclusie : het juiste btw-tarief is geen gok, maar een keten van duidelijke vragen
Zodra je het reflexmatig nagaat (privé of btw-plichtig? woning ouder dan tien jaar? werk aan de woning zelf?), wordt de keuze tussen 6 %, 21 % en verlegging eenvoudig en verdedigbaar bij een controle. Het verschil tussen veilig en kwetsbaar zit in je proces, niet in geluk.
De 3 acties om DEZE WEEK te ondernemen:
- Voeg in elke klantenfiche het type klant (privé, btw-plichtig, overheid) en, bij renovatie, het jaar van eerste ingebruikname van de woning toe.
- Controleer of je facturen sinds 2023 de volledige verleggingsvermelding bevatten en pas je sjabloon aan waar nodig.
- Test een offerte- en factuurprogramma dat het tarief automatisch koppelt aan het klantprofiel, zodat je nooit nog met een verkeerd tarief of een verouderde vermelding factureert.