Een grote werf duurt maanden, maar je leveranciers en je personeel wachten niet. Wie pas op het einde van een werf factureert, schiet ondertussen materiaal, lonen en onderaanneming voor uit eigen kas, soms tienduizenden euro’s. De oplossing heet termijnfacturatie: je factureert de werf in schijven naargelang de werken vorderen, via voorschotfacturen en vorderingsstaten. In deze praktische gids leer je het verschil tussen beide, hoe je een betalingsschema opstelt, hoe de btw werkt op voorschotten, en hoe je zo cashflowproblemen tijdens een lange werf vermijdt.
Cashflow, niet winst, is de eerste doodsoorzaak van bouwbedrijven. Een werf kan winstgevend zijn op papier en je toch in de problemen brengen als de uitgaven maanden vóór de inkomsten vallen. Termijnfacturatie verschuift dat tijdsverschil naar je voordeel: je laat de klant meebetalen terwijl de werf vordert.
⚡ Wat je gaat leren in dit artikel
- Wat een vorderingsstaat precies is en wanneer je hem gebruikt
- Het verschil tussen een vorderingsstaat en een voorschotfactuur
- Hoe je een realistisch betalingsschema opstelt voor een grote werf
- Een vorderingsstaat opstellen in vijf concrete stappen
- Hoe de btw werkt op voorschotten en tussentijdse facturen
- Hoe je met termijnfacturatie cashflowproblemen vermijdt tijdens een lange werf
- De fouten die aannemers het vaakst maken bij gefaseerde facturatie
Wat is een vorderingsstaat in de bouw?
Een vorderingsstaat (in het Frans “état d’avancement”) is een tussentijds overzicht van de werken die op een bepaald moment effectief zijn uitgevoerd, met de bijbehorende waarde. Hij vormt de basis voor een tussentijdse factuur: je factureert niet de volledige werf in één keer, maar het deel dat al gerealiseerd is. Bij een ruwbouw zou een eerste vorderingsstaat bijvoorbeeld kunnen luiden: funderingen 100 % af, gelijkvloers metselwerk 60 % af, de rest nog niet gestart.
De vorderingsstaat is gebaseerd op de werkelijke vooruitgang en wordt doorgaans per post uit de oorspronkelijke offerte uitgedrukt in een percentage of in uitgevoerde hoeveelheden. Daardoor is hij objectief en controleerbaar: zowel jij als de klant (en bij grotere projecten de architect) kunnen op de werf nagaan of het percentage klopt. Dat maakt de vorderingsstaat het natuurlijke instrument voor middelgrote en grote werven waar het werk in fasen verloopt.
Vorderingsstaat versus voorschotfactuur: wat is het verschil?
Een voorschotfactuur en een vorderingsstaat dienen allebei om tussentijds geld binnen te halen, maar ze vertrekken vanuit een ander principe. Een voorschot is een betaling vóóraf, los van wat er al uitgevoerd is, bijvoorbeeld 30 % bij ondertekening van de offerte om materiaal te kunnen bestellen. Een vorderingsstaat is een betaling achteraf voor werk dat al gepresteerd is. Het ene kijkt vooruit, het andere kijkt terug.
| Kenmerk | Voorschotfactuur | Vorderingsstaat |
|---|---|---|
| Tijdstip | Vóór uitvoering | Tijdens of na (een deel van) de uitvoering |
| Basis | Percentage van het totaalbedrag | Werkelijk uitgevoerde werken |
| Doel | Materiaal en opstart prefinancieren | Gepresteerd werk laten betalen |
| Controle | Contractueel afgesproken | Verifieerbaar op de werf |
| Typisch bij | Start van elke werf | Lange of grote werven in fasen |
In de praktijk combineer je ze vaak: een voorschot bij de opstart, daarna een reeks vorderingsstaten naarmate de werf vordert, en een eindafrekening (saldofactuur) bij oplevering. Het voorschot dat je eerder ontving, wordt dan in de eindafrekening verrekend zodat de klant nooit dubbel betaalt.
Hoe stel je een betalingsschema op voor een grote werf?
Een goed betalingsschema (of betalingskalender) leg je vast in de offerte of in een aparte aannemingsovereenkomst, vóór de werken starten. Zo weet de klant van bij het begin wanneer en hoeveel hij betaalt, en heb jij de zekerheid dat de uitgaven gedekt zijn. Een eenvoudig en veelgebruikt schema voor een renovatie ziet er bijvoorbeeld zo uit.
Een metselaar neemt een renovatie aan van 60.000 euro exclusief btw (6 %, woning > 10 jaar). Betalingsschema:
• 20 % voorschot bij ondertekening = 12.000 euro + btw, om bakstenen en mortel te bestellen.
• 30 % na afwerking ruwbouw (vorderingsstaat 1) = 18.000 euro + btw.
• 30 % na plaatsing dak en buitenschrijnwerk (vorderingsstaat 2) = 18.000 euro + btw.
• 20 % saldo bij oplevering = 12.000 euro + btw.
Op geen enkel moment schiet hij meer dan een paar weken werk voor.
Hoe groter en langer de werf, hoe meer tussenstappen zinvol zijn. Bij een werf van zes maanden kun je perfect maandelijks een vorderingsstaat opmaken. Het uitgangspunt blijft hetzelfde: de momenten waarop je factureert, moeten samenvallen met de momenten waarop je zelf grote uitgaven doet (materiaalbestellingen, lonen, betaling van onderaannemers). Zo blijft het verschil tussen geld dat buitengaat en geld dat binnenkomt altijd beheersbaar.
Werk je voor een openbare opdrachtgever, dan gelden vaste regels: maandelijkse vorderingsstaten, een borgtocht van doorgaans 5 % van het opdrachtbedrag en wettelijke betalings- en verificatietermijnen. Voor privéwerven ben je vrijer, maar leg de afspraken altijd schriftelijk vast in je offerte of overeenkomst. Een mondelinge afspraak over een betalingsschema is bijna onmogelijk af te dwingen.
Een vorderingsstaat opstellen in 5 stappen
Een vorderingsstaat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Met onderstaande aanpak maak je er een die je klant meteen begrijpt en zonder discussie betaalt.
Stap 1: vertrek van de posten uit je offerte
Neem de structuur van je goedgekeurde offerte over: dezelfde posten, dezelfde eenheidsprijzen. Zo is de vorderingsstaat onmiddellijk vergelijkbaar met wat de klant aanvaardde.
Stap 2: bepaal per post het uitvoeringspercentage
Loop de werf na en noteer per post hoeveel procent (of welke hoeveelheid) al is uitgevoerd. Wees realistisch: een post die half af is, is 50 %, niet 80 % omdat je “bijna klaar” bent.
Stap 3: bereken de gerealiseerde waarde
Vermenigvuldig per post het percentage met het offertebedrag. De som van alle posten is de totale waarde van de uitgevoerde werken tot op vandaag.
Stap 4: trek de vorige vorderingsstaten en het voorschot af
Van die totale gerealiseerde waarde trek je af wat je al eerder gefactureerd hebt (vorige vorderingsstaten en het voorschot). Wat overblijft, is het bedrag van de nieuwe tussentijdse factuur.
Stap 5: pas het juiste btw-tarief en de vermeldingen toe
Reken op de tussentijdse factuur hetzelfde btw-tarief aan als op de werf zelf (6 % bij renovatie van een woning ouder dan tien jaar, 21 % bij nieuwbouw, of verlegging bij een btw-plichtige klant). Vergeet de wettelijke vermeldingen niet.
Op de werf van 60.000 euro hierboven is na twee maanden de ruwbouw (begroot op 24.000 euro) volledig af en is het dak (begroot op 18.000 euro) voor de helft geplaatst. Gerealiseerde waarde: 24.000 + 9.000 = 33.000 euro. Eerder gefactureerd: 12.000 euro voorschot. Nieuwe vorderingsstaat: 33.000 – 12.000 = 21.000 euro + 6 % btw = 22.260 euro te betalen.
Hoe werkt de btw op voorschotten en vorderingsstaten?
In België geldt als algemene regel dat de btw opeisbaar wordt op het moment dat je factureert of, indien vroeger, op het moment dat je de betaling ontvangt. Voor voorschotten betekent dit concreet: zodra je een voorschotfactuur opmaakt of een voorschot int, moet je de btw daarop aangeven. Je rekent dus geen volledige btw aan op het einde, maar telkens de btw op het deel dat je factureert.
Het btw-tarief dat je op elke tussentijdse factuur toepast, volgt het regime van de werf. Is de volledige werf een renovatie aan 6 %, dan zijn ook alle voorschotten en vorderingsstaten aan 6 %. Valt de werf onder de verlegging (btw-plichtige klant met periodieke aangiften), dan reken je op elke schijf 0 % aan met de verleggingsvermelding, ook op het voorschot.
| Document | Bedrag excl. btw | Btw 6 % | Te betalen |
|---|---|---|---|
| Voorschot (20 %) | 12.000 € | 720 € | 12.720 € |
| Vorderingsstaat 1 | 21.000 € | 1.260 € | 22.260 € |
| Vorderingsstaat 2 | 15.000 € | 900 € | 15.900 € |
| Saldofactuur | 12.000 € | 720 € | 12.720 € |
| Totaal | 60.000 € | 3.600 € | 63.600 € |
Vanaf 2026 worden je facturen tussen btw-plichtigen in België elektronisch verzonden via het Peppol-netwerk. Dat geldt ook voor voorschotfacturen en vorderingsstaten. Het loont dus om je tussentijdse facturatie nu al in een systeem te steken dat Peppol-conform is, zodat je bij elke schijf in het juiste formaat verstuurt.
Hier wordt het beheer al snel complex als je het manueel doet: per werf de percentages bijhouden, de reeds gefactureerde schijven aftrekken, de juiste btw rekenen, en alles in het Peppol-formaat versturen. In een offerte- en factuurprogramma als Synobat hangt elke vorderingsstaat vast aan de oorspronkelijke offerte, worden de vorige schijven automatisch verrekend en wordt de juiste btw toegepast. Wie het wil uitproberen op een lopende werf, kan gratis een account aanmaken en de eerste vorderingsstaat in enkele minuten opstellen. Voor wie veel met grote ruwbouwwerven werkt, is de aanpak op de pagina software voor metselaars bijzonder relevant.
Hoe vermijd je cashflowproblemen tijdens een lange werf?
De kern van cashflowbeheer in de bouw is het tijdsverschil tussen uitgaven en inkomsten zo klein mogelijk houden. Een aantal principes helpen je daarbij.
Factureer op vaste momenten. Spreek met je klant een ritme af (bijvoorbeeld de eerste werkdag van elke maand een vorderingsstaat) en houd je daaraan. Een werf van vijf maanden zonder tussentijdse factuur is een lening van vijf maanden die jij gratis aan je klant verstrekt.
Koppel je voorschot aan je grootste uitgave. Moet je voor 15.000 euro materiaal bestellen om te starten? Zorg dan dat je voorschot dat bedrag minstens dekt, zodat je niet uit eigen kas voorschiet.
Volg je betalingen strikt op. Een vorderingsstaat die niet betaald wordt, is erger dan geen vorderingsstaat: je hebt het werk al geleverd. Stuur tijdig herinneringen en factureer de volgende schijf niet zonder dat de vorige betaald is.
Bouw de wettelijke betalingstermijn in. Hou er rekening mee dat een klant 30 dagen (of een afgesproken termijn) heeft om te betalen. Plan je facturatie dus vóór je grote uitgaven, niet erna.
Een veelgemaakte fout is een voorschot factureren maar de btw erop “vergeten” tot de eindafrekening. Dat klopt niet: de btw op een voorschot is opeisbaar zodra je factureert of het voorschot int. Reken je ze pas op het einde aan, dan loop je achter op je btw-aangifte en riskeer je een correctie.
Veelgemaakte fouten bij termijnfacturatie
Naast de btw-valkuil zijn er nog enkele klassiekers die je het best vermijdt.
- Geen schriftelijk betalingsschema. Zonder afspraak in de offerte heb je geen grond om een tussentijdse betaling te eisen.
- Vorderingsstaten die niet aansluiten op de offerte. Gebruik je andere posten of prijzen dan in de offerte, dan krijg je discussie en vertraging.
- Het voorschot niet verrekenen op het einde. Vergeet je het voorschot af te trekken in de saldofactuur, dan factureer je te veel en moet je achteraf crediteren.
- Percentages te optimistisch inschatten. Factureer wat echt af is. Te veel factureren voor niet-geleverd werk kan als een ten onrechte geïnde voorschot beschouwd worden.
- De volgende schijf factureren vóór de vorige betaald is. Zo stapelt het openstaande bedrag zich op en groeit je risico mee.
Wat moet er op een tussentijdse factuur staan?
Een vorderingsstaat of voorschotfactuur is fiscaal een volwaardige factuur en moet dus alle wettelijke vermeldingen bevatten die ook op een gewone factuur horen. In België gaat het om je ondernemingsgegevens (naam, adres, KBO-nummer en btw-nummer), de gegevens van de klant, een doorlopend en uniek factuurnummer, de factuurdatum, een duidelijke omschrijving van de uitgevoerde werken, het bedrag exclusief btw, het toegepaste btw-tarief en -bedrag, en het te betalen totaal.
Bij een tussentijdse factuur voeg je daar best een verwijzing aan toe naar de werf en naar de fase die je factureert (bijvoorbeeld “vorderingsstaat nr. 2, werf Tervurenlaan”). Vermeld ook duidelijk welk voorschot of welke eerdere vorderingsstaten al gefactureerd zijn, zodat de klant ziet dat er niet dubbel wordt aangerekend. Vergeet de wettelijke betalingstermijn en, bij verlegging, de volledige medecontractantvermelding niet.
Het factuurnummer moet doorlopend en uniek zijn over al je facturen heen, ongeacht of het om een voorschot, een vorderingsstaat of een eindafrekening gaat. Een aparte nummering per werf is niet toegestaan. Software lost dit automatisch op door één centrale, opeenvolgende nummering te beheren.
De saldofactuur: hoe maak je de eindafrekening?
Op het einde van de werf maak je de eindafrekening of saldofactuur op. Die brengt het volledige werk in rekening en trekt vervolgens alles af wat de klant al betaald heeft via het voorschot en de tussentijdse vorderingsstaten. Het saldo is wat er nog openstaat. Zo betaalt de klant in totaal exact het overeengekomen bedrag, niet meer en niet minder.
De werf van 60.000 euro is afgerond. De aannemer factureerde eerder: 12.000 euro voorschot, 21.000 euro vorderingsstaat 1 en 15.000 euro vorderingsstaat 2, samen 48.000 euro. De saldofactuur bedraagt dus 60.000 – 48.000 = 12.000 euro + 6 % btw = 12.720 euro. Op de saldofactuur zet hij een overzicht van de eerdere documenten, zodat de optelling voor de klant glashelder is.
Een nette eindafrekening voorkomt discussies en versnelt de laatste betaling, vaak net die schijf waar je marge in zit. Vermeld de reeds gefactureerde bedragen expliciet als afzonderlijke lijnen die je in mindering brengt. Een klant die in één oogopslag ziet dat alles klopt, betaalt sneller.
Garantie-inhouding en borgtocht: geld dat je later krijgt
Bij grotere werven, en bijna altijd bij overheidsopdrachten, houdt de opdrachtgever een deel van het bedrag tijdelijk in als waarborg. Dat heet een inhouding van waarborg of borgtocht. Het idee: mochten er na oplevering gebreken opduiken, dan beschikt de klant over een buffer om die te laten herstellen. Het ingehouden bedrag krijg je vrij na de voorlopige of definitieve oplevering, of na het verstrijken van de waarborgperiode.
Voor jouw cashflow is dit cruciaal om te plannen: een inhouding betekent dat een deel van je geld maanden langer vastzit. Bij overheidsopdrachten bedraagt de borgtocht doorgaans 5 % van het oorspronkelijke opdrachtbedrag. Bij privéwerven is de inhouding contractueel: leg duidelijk vast hoeveel procent wordt ingehouden, wanneer het wordt vrijgegeven en onder welke voorwaarden. Wat niet schriftelijk staat, is later nauwelijks af te dwingen.
Een inhouding van waarborg is geen korting: het werk is volledig gefactureerd, alleen de betaling van een deel wordt uitgesteld. Boek de inhouding apart op, zodat je niet vergeet ze op te vragen wanneer de waarborgperiode afloopt. Veel kleine aannemers laten hier onbewust geld liggen.
Meerwerken en wijzigingen: hoe factureer je extra’s?
Bijna geen enkele werf verloopt exact zoals de offerte. Klanten vragen extra werk, of er duiken onvoorziene problemen op (een rotte balk, een vochtprobleem). Die meerwerken factureer je niet zomaar bij in de volgende vorderingsstaat zonder akkoord, want dan riskeer je betwisting. De juiste aanpak: maak voor elk meerwerk een korte aanvullende offerte of een geschreven bevestiging, laat die goedkeuren, en neem het pas daarna op in een vorderingsstaat.
Zo behoud je het overzicht tussen het oorspronkelijke contract en de extra’s, en kun je bij de eindafrekening exact aantonen waaruit het totaalbedrag is opgebouwd. Het btw-tarief van een meerwerk volgt hetzelfde regime als de hoofdwerf: een extra renovatiepost in een woning ouder dan tien jaar blijft 6 %.
Vorderingsstaten bij openbare opdrachten
Werk je voor een overheid, dan is termijnfacturatie geen keuze maar de norm. De regelgeving overheidsopdrachten voorziet doorgaans in maandelijkse vorderingsstaten: je dient maandelijks een staat van de uitgevoerde werken in, het bestuur verifieert die binnen een vastgelegde termijn, en betaalt vervolgens binnen de wettelijke betalingstermijn. Daarbovenop gelden de borgtocht en specifieke vormvereisten.
Belangrijk is dat je de vooruitgang nauwkeurig en op tijd indient: een laattijdige of onvolledige vorderingsstaat schuift je betaling een hele maand op. En omdat facturen aan de overheid via Mercurius in gestructureerd Peppol-formaat moeten, loont het om een systeem te gebruiken dat die staten meteen in het juiste formaat aanmaakt en verzendt.
Hoeveel werkkapitaal vraagt een werf? Een rekenmodel
Werkkapitaal is het geld dat je nodig hebt om de periode tussen je uitgaven en je inkomsten te overbruggen. Hoe langer die periode en hoe groter de werf, hoe meer kapitaal je vooraf moet kunnen ophoesten. Een eenvoudig model helpt je inschatten hoeveel buffer je nodig hebt.
| Factureer je … | Werf 60.000 €, 4 maanden | Maximaal voorgeschoten |
|---|---|---|
| Pas op het einde | 1 factuur na 4 maanden | tot 4 maanden uitgaven (zeer hoog risico) |
| Per fase (voorschot + 2 staten) | 4 documenten | ca. 1 maand uitgaven |
| Maandelijks | 1 voorschot + maandstaten | enkele weken uitgaven (laagste risico) |
De conclusie is telkens dezelfde: hoe fijner je de werf opdeelt in factureerbare schijven, hoe minder eigen geld je moet voorschieten en hoe kleiner de kans dat een trage betaler je in de problemen brengt. Termijnfacturatie is dus niet alleen administratie, het is risicobeheer.
Termijnfacturatie per vakgebied
De ideale fasering hangt af van je vak. Voor een dakwerker sluiten de fasen logisch aan op het waterdicht maken: voorschot voor materiaal, vorderingsstaat na plaatsing van de onderdakfolie en het timmerwerk, saldo na de dakbedekking en de afwerking. Voor een elektricien volgt de fasering vaak de bouwfasen: ruwe leidingen, plaatsing van borden en toestellen, indienststelling en keuring. Voor een metselaar sluit de fasering aan op de ruwbouwfasen: funderingen, opgaand metselwerk, en de bovenbouw.
Het principe blijft constant: bepaal de natuurlijke mijlpalen van je werf, koppel daar een factuurmoment aan, en laat dat samenvallen met je grote uitgaven. Wie de fasering goed afstemt op zijn vak, factureert vlot zonder discussie en houdt zijn kas in evenwicht.
Veelgestelde vragen over vorderingsstaten en termijnfacturatie
Mag ik een voorschot vragen bij een privéklant?
Ja, een voorschot is perfect toegelaten zolang het in de offerte of overeenkomst is afgesproken. Een voorschot van 20 tot 30 % bij de start is in de bouw heel gangbaar om materiaal te kunnen bestellen.
Moet ik btw aanrekenen op een voorschot?
Ja. De btw op een voorschot is opeisbaar zodra je factureert of het voorschot int. Je rekent het btw-tarief van de werf toe op het voorschotbedrag.
Wat als de klant een vorderingsstaat niet (volledig) betaalt?
Stuur tijdig een herinnering en factureer de volgende schijf niet zolang de vorige openstaat. Leg in je voorwaarden vast wat er gebeurt bij wanbetaling (intresten, opschorting van de werken) zodat je een grond hebt om op te treden.
Is een vorderingsstaat hetzelfde als een proforma?
Nee. Een proforma is geen echte factuur en doet de btw niet ontstaan. Een vorderingsstaat die je factureert, is een volwaardige factuur met alle wettelijke vermeldingen en doet de btw wel ontstaan.
Hoe vaak mag ik een vorderingsstaat opmaken?
Zo vaak als zinvol is en als afgesproken met de klant. Bij overheidsopdrachten is dat doorgaans maandelijks; bij privéwerven bepaal je zelf het ritme, idealiter gekoppeld aan je grote uitgaven.
Hoe overtuig je een klant van een betalingsschema?
Sommige aannemers durven geen voorschot of tussentijdse facturatie voor te stellen uit vrees klanten af te schrikken. Nochtans is een betalingsschema in de bouw volkomen normaal en wordt het door professionele klanten zelfs verwacht. De sleutel is transparantie: presenteer het schema als een vast onderdeel van je offerte, niet als een uitzondering. Leg uit dat het voorschot dient om materiaal te bestellen en dat de tussentijdse facturen telkens werk dekken dat al geleverd is.
Een klant die ziet dat hij enkel betaalt voor werk dat hij op de werf kan controleren, voelt zich net geruster. Het omgekeerde, een aannemer die maandenlang niets factureert en dan plots een grote eindfactuur stuurt, wekt veel meer wantrouwen. Een helder schema is dus niet alleen goed voor je cashflow, het versterkt ook je professionele uitstraling.
Koppel je tussentijdse facturen aan zichtbare mijlpalen op de werf (ruwbouw af, dak dicht, wind- en waterdicht). Zo is het voor de klant evident waarvoor hij betaalt en valt elke discussie over het percentage weg.
Digitale vorderingsstaten en Peppol: klaar voor 2026
Vanaf 2026 verloopt de B2B-facturatie tussen Belgische btw-plichtigen via gestructureerde elektronische facturen op het Peppol-netwerk. Dat geldt voor al je facturen, dus ook voor voorschotfacturen, vorderingsstaten en saldofacturen. Een pdf per e-mail volstaat in die context niet meer; de factuur moet in het juiste UBL-formaat (Peppol BIS Billing 3.0) verstuurd worden.
Voor wie zijn werven in schijven factureert, is dat een extra reden om de overstap naar software niet uit te stellen. Elke tussentijdse factuur moet immers in het juiste formaat de deur uit. Een systeem dat de vorderingsstaat aanmaakt én meteen Peppol-conform verzendt, bespaart je veel manueel werk en sluit fouten uit. Wie veel met grote renovaties werkt, vindt op de pagina software voor metselaars en in het overzicht van de abonnementen de modules die vorderingsstaten en voorschotfacturen ondersteunen.
Een betalingsschema dat met je marge rekening houdt
Een subtiel maar belangrijk punt: spreid je marge niet gelijkmatig over alle schijven, maar zorg dat je kosten vroeg gedekt zijn. De eerste schijven zouden minstens je materiaal- en loonkosten moeten dekken, zodat je marge vooral in de latere schijven en de saldofactuur zit. Zo loop je nooit het risico dat je je winst al “opgebruikt” hebt terwijl de duurste fase nog moet komen.
Concreet: als je weet dat de eerste maanden van een werf vooral kosten (afbraak, ruwbouw, dure materialen) en de marge vooral in de afwerking zit, laat je de tussentijdse facturatie de kosten volgen. Zo blijf je over de hele looptijd liquide, ook als een betaling eens vertraagt.
Een aannemer met een werf van 80.000 euro (marge 12.000 euro) factureert 25 % voorschot, dan twee vorderingsstaten van elk 25 %, en 25 % saldo. Hij zorgt dat de eerste drie schijven samen zijn volledige kosten (ongeveer 68.000 euro) dekken, zodat de marge grotendeels in de saldofactuur zit. Komt die laatste betaling vlot binnen, dan is de werf gezond afgesloten.
Wat is het verschil tussen een vorderingsstaat en een staat van uitvoering?
In de praktijk worden die termen vaak door elkaar gebruikt. Beide verwijzen naar een overzicht van de uitgevoerde werken dat als basis dient voor een tussentijdse factuur. Bij overheidsopdrachten heeft de “staat van uitvoering” een formele, gereglementeerde betekenis met vaste indien- en verificatietermijnen.
Kan ik een voorschot terugbetalen als de werf niet doorgaat?
Dat hangt af van je voorwaarden. Leg in je offerte vast wat er met het voorschot gebeurt bij annulering, bijvoorbeeld dat het reeds bestelde materiaal en de gemaakte kosten worden verrekend. Zonder duidelijke clausule kan dit aanleiding geven tot discussie.
Hoe lang mag een klant doen over de betaling van een vorderingsstaat?
Een tussentijdse factuur is even bindend als een gewone factuur, dus de betalingstermijn die je vastlegt, geldt ook hier. Tussen ondernemingen geldt in België bij gebrek aan afspraak een wettelijke betalingstermijn van dertig dagen; je kunt contractueel een andere termijn afspreken, binnen de wettelijke grenzen. Voor particuliere klanten bepaal je de termijn in je algemene voorwaarden en vermeld je hem op elke factuur.
Betaalt een professionele klant niet op tijd, dan heb je op grond van de wetgeving tegen betalingsachterstand recht op nalatigheidsintresten en een forfaitaire vergoeding voor invorderingskosten, zonder dat je dat vooraf hoeft af te spreken. Vermeld je betalingstermijn en je interestregeling duidelijk op elke vorderingsstaat: dat ontmoedigt laattijdige betaling en geeft je een sterke positie als je toch moet aandringen.
Wacht niet te lang met een herinnering. Hoe verser de werf in het geheugen van de klant, hoe vlotter de betaling. Een vorderingsstaat die je drie weken laat liggen voor je een herinnering stuurt, verdwijnt makkelijk onderaan de stapel. Automatische herinneringen via je facturatiesysteem nemen dat opvolgwerk uit handen en houden je cashflow op peil.
Mag ik intresten aanrekenen op een laattijdig betaalde vorderingsstaat?
Ja. Bij een professionele klant heb je wettelijk recht op nalatigheidsintresten en een vergoeding voor invorderingskosten. Bij een particulier moet je interestregeling in je algemene voorwaarden staan. Vermeld ze in beide gevallen op je factuur, zodat ze afdwingbaar zijn.
📋 Samenvattende checklist
- Een vorderingsstaat factureert uitgevoerd werk; een voorschot prefinanciert komend werk.
- Leg het betalingsschema schriftelijk vast in je offerte vóór de start.
- Laat de factuurmomenten samenvallen met je grote uitgaven.
- Bouw je vorderingsstaat op rond de posten en prijzen van de offerte.
- Trek vorige schijven en het voorschot af om dubbel factureren te vermijden.
- Reken op elke schijf het juiste btw-tarief van de werf aan; btw op voorschotten is meteen opeisbaar.
- Verstuur tussentijdse facturen Peppol-conform en volg de betalingen strikt op.
Conclusie : termijnfacturatie maakt van je klant je medefinancier in plaats van jezelf
Wie een lange werf in schijven factureert, draait het tijdsverschil tussen uitgaven en inkomsten om in zijn voordeel en houdt zo zijn kas gezond, ook bij een groot project. Het verschil tussen een werf die je liquiditeit opvreet en een werf die zichzelf financiert, zit niet in de winstmarge maar in het facturatieschema.
De 3 acties om DEZE WEEK te ondernemen:
- Voeg aan je offertesjabloon een vast betalingsschema toe (voorschot, vorderingsstaten, saldo) en bespreek het voortaan bij elke grote werf.
- Maak voor je grootste lopende werf een eerste vorderingsstaat op basis van het werkelijke uitvoeringspercentage en de offerteposten.
- Zet je tussentijdse facturatie in een Peppol-conform systeem dat voorschotten automatisch verrekent en het juiste btw-tarief toepast.